TUSSEN HEMEL EN HEL OP MOUNT RINJANI - deel II

Om 1u30 komt de gids ons alweer wekken: "Hello, you awake? Leave in 30 minutes, okay? You want tea?" Yes, please! Het is koud op 2600 meter boven de zeespiegel en de top van Mount Rinjani bevindt zich nog 1100 meter hoger.


Na wat onhandig gemanoeuvreer in de kleine tent heb ik mijn warme kleren aangetrokken en onthef hen daarmee eindelijk uit hun functie als overbodige rugzakvulling. Met een zaklamp in de aanslag - op mijn hoofd om precies te zijn - spreek ik mezelf moed in.


Tientallen lichtjes dansen langzaam de duistere nacht in. Ze vormen een haag van dronken vuurvliegjes die dezelfde koers volgen, allemaal met 1 doel: de top van deze actieve vulkaan bereiken. Het pad gaat steil omhoog en bestaat uit niets meer dan los, vulkanisch zand. Elke stap vooruit wordt steevast gevolgd door 2 stappen achteruit. Letterlijk. Het voelt alsof je de processie van Echternach opvoert op een metershoge duin.


Na wat een eeuwigheid lijkt, komen we aan op het tweede en makkelijker deel van de tocht. Geen zand meer, maar rotsen. Niet meer klimmen, maar stappen. Die opluchting. Héérlijk! Minder fijn is de genadeloze noorderwind die als een gek over de bergkam raast. De gids vertelt ons dat het te koud is voor hem en hij stuurt ons alleen verder. Geen probleem volgens hem, er is immers maar één weg naar boven.


Yes, I can.


Blij met elke vorm van beschutting lopen we oostwaarts de zonsopgang tegemoet. Het wordt steeds lichter en wat eerst een makkie leek, begint nu toch spannend te worden. De bergkam versmalt tot een anderhalf meter breed landweggetje met aan weerszijden een afgrond. Er is geen houvast meer, geen bescherming tegen die verraderlijke wind. Gevoelens van angst en wanhoop overmannen me, ik kan het niet beter omschrijven dan acute hoogtevrees. Ik probeer me te herpakken, maar als ik kijk naar wat er nog voor ons ligt - onbeschutte, gladde paadjes en een extreem steile helling naar de top - kan ik het niet meer opbrengen. Ik hou van avontuur, maar dit is simpelweg gevaarlijk en onverantwoord. Toegeven dat ik niet verder durf gaan, voelt als een teleurstelling en verademing tegelijkertijd en een luide snik ontsnapt nog voor ik het goed en wel heb uitgesproken.


Met een rode neus en blauwe handen dalen we een stukje af, op zoek naar een veilig plaatsje om alsnog van de zonsopgang te genieten. Leunend tegen een rots smul ik van een bijna bevroren chocoladereep - snelle suikers, weet je wel. Ik haal m'n camera tevoorschijn en trotseer de kou om de prachtig oranje zon die langzaam boven de horizon glijdt, vast te leggen.

Wauw wauw wauw! Het gevoel van een wereld te zien ontwaken op pakweg 3000 meter hoogte is onbeschrijflijk. Wolken sluimeren rondom Mount Rinjani en geven een mysterieuze toets aan het landschap. De top werpt een lange schaduw over het kratermeer en de kegelvormige vulkaan Barujari die rustig zijn ochtendsigaret rookt.


Hier word ik stil van. En blij. En dankbaar voor mijn zin voor avontuur die alle nadelen van mijn impulsieve ideeën volstrekt negeert. Als natuurliefhebber is dit echt genieten, de ultieme beloning na een zware inspanning.


De terugweg is in eerste instantie een beetje uitdagend - ik zou mezelf niet zijn als ik niet een paar keer zou uitglijden - en daarna gewoon leuk! Onderweg lopen we onze gids weer tegen het lijf en na een paar foto's van ons drieën dalen we verder af. De vulkanische duinen lenen zich er perfect toe om al huppelend en springend bergafwaarts te gaan. Op het einde van de rit sleur je minstens een halve kilo zand mee in je schoenen en hebben je voeten een fijne scrub gekregen.


Sneller dan verwacht komen we terug aan bij ons tentje en even later is het tijd voor het ontbijt der ontbijten: banana pancakes.


Nog niet overtuigd om het zelf eens te proberen? Lees dan ook deel 3 van mijn verslag!


Bekijk hier de volledige fotoreportage van Indonesië.

ZOEK

INSTAGRAM

GERELATEERDE POSTS

© Ann Cools Photography // cools.ann@gmail.com   //   Antwerp, Belgium

  • Facebook - Black Circle
  • Instagram - Black Circle